ECLI:NL:RVS:2020:1775
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling na niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 2 juni 2020 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 20 juli 2020 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om zijn voorgenomen uitzetting op 23 juli 2020 te voorkomen.
De voorzieningenrechter overwoog dat de hogerberoepstermijn nog niet was verstreken en daarom een voorlopige voorziening moest worden getroffen. De uitzetting werd geschorst totdat het hoger beroep is behandeld. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos op 22 juli 2020. Hiermee wordt de vreemdeling tijdelijk beschermd tegen uitzetting, zodat zijn zaak inhoudelijk in hoger beroep kan worden beoordeeld.
Uitkomst: De voorgenomen uitzetting van de vreemdeling op 23 juli 2020 wordt geschorst en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.