ECLI:NL:RVS:2020:1707
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring hoger beroep tegen voortzetting vreemdelingenbewaring
Bij besluit van 12 mei 2020 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de voortzetting van deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overweegt dat het hoger beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring op grond van artikel 84, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 niet mogelijk is. Alleen indien sprake is van een schending van het recht op een eerlijk proces kan het verbod op hoger beroep worden doorbroken, hetgeen hier niet het geval is.
Daarom verklaart de Afdeling zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en wijst zij het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer, waarbij de griffier de uitspraak ondertekende.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen de voortzetting van vreemdelingenbewaring.