ECLI:NL:RVS:2020:1706
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing in hoger beroep tegen afwijzing rechtmatig verblijf gemeenschapsonderdaan
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 10 december 2018 een aanvraag van een vreemdeling om afgifte van een verblijfsdocument als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 af. Na een ongegrond verklaard bezwaar door de staatssecretaris, stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling beantwoordde de rechtsvraag over het toepasselijke beleid naar aanleiding van het arrest Chavez-Vilchez van het Hof van Justitie en oordeelde dat de staatssecretaris terecht het beleidsbesluit WBV 2018/4 had toegepast. De grieven van de staatssecretaris slaagden.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en wees de zaak terug aan de rechtbank voor verdere behandeling, met inachtneming van het oordeel van de Afdeling. De staatssecretaris werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer op 22 juli 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank.