ECLI:NL:RVS:2020:1700
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing hoger beroep tegen afwijzing rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 10 december 2018 de aanvraag van een vreemdeling om afgifte van een document voor rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan af. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, dat op 15 augustus 2019 ongegrond werd verklaard. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 20 april 2020 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling beantwoordde de rechtsvraag over het toe te passen beleid met betrekking tot het arrest Chavez-Vilchez en bevestigde dat het WBV 2018/4 correct was toegepast. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling, met inachtneming van het oordeel van de Afdeling.
De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 22 juli 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbehandeling.