ECLI:NL:RVS:2020:1697
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 18 maart 2020 besloten een aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 26 juni 2020 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tegelijkertijd verzocht de vreemdeling de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij niet zou worden overgedragen voordat op het hoger beroep was beslist. De staatssecretaris verzette zich niet tegen dit verzoek.
De voorzieningenrechter besloot daarom bij wijze van voorlopige voorziening dat de vreemdeling niet wordt overgedragen zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op €525,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan op 17 juli 2020 door voorzieningenrechter mr. A.W.M. Bijloos in aanwezigheid van griffier mr. J. van de Kolk.
Uitkomst: De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdeling niet wordt overgedragen totdat op het hoger beroep is beslist en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.