ECLI:NL:RVS:2020:1688
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Vaststelling proceskostenvergoeding bij vreemdelingenbewaring na vernietiging gedeeltelijke uitspraak rechtbank
De vreemdeling werd bij besluit van 4 juni 2020 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tegen deze maatregel stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 17 juni 2020 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat hoewel de rechtbank terecht het beroep ongegrond verklaarde, zij onterecht de staatssecretaris niet veroordeelde tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling had gemaakt. De Afdeling vernietigde daarom dit deel van de uitspraak en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten ad € 1.575,00.
De overige onderdelen van de uitspraak van de rechtbank werden bevestigd. Hiermee werd de vreemdeling alsnog schadeloos gesteld voor de proceskosten die hij in het beroep en hoger beroep had gemaakt, ondanks dat het beroep zelf ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 1.575,00 aan de vreemdeling.