ECLI:NL:RVS:2020:1631
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en toekenning opvang aan vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 5 februari 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling, mede voor haar minderjarig kind, stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit op 30 juni 2020 ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde zij hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht zij om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat de vreemdeling niet uitgezet mag worden totdat op het hoger beroep is beslist en dat zij opvang en verstrekkingen moet ontvangen. Gezien de omstandigheden en eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2019:457) werd de voorlopige voorziening toegewezen.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €525,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter mr. A.W.M. Bijloos op 14 juli 2020 in aanwezigheid van griffier mr. J.W. Prins.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en krijgt opvang; de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.