ECLI:NL:RVS:2020:1625
Raad van State
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot beperkte kennisneming van vertrouwelijke stukken in hoger beroep
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant. De minister van Buitenlandse Zaken heeft op verzoek van de Afdeling bestuursrechtspraak vertrouwelijke stukken overgelegd die betrekking hebben op een individueel ambtsbericht over appellant. De minister verzocht op grond van artikel 8:29, derde lid, Awb, dat alleen de Afdeling kennis zou mogen nemen van deze stukken.
De Afdeling moest een belangenafweging maken tussen het belang van appellant om over alle relevante informatie te beschikken en het belang van bescherming van de bronnen, onderzoeksmethoden en het algemeen belang. De Afdeling oordeelde dat de bescherming van de geraadpleegde bronnen en gebruikte onderzoekstechnieken zwaarder weegt dan het belang van appellant om kennis te nemen van de stukken.
Daarom werd het verzoek van de minister toegewezen en is besloten dat alleen de Afdeling kennis mag nemen van de vertrouwelijke stukken. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige geheimhoudingskamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 15 juli 2020.
Uitkomst: Het verzoek tot beperkte kennisneming van vertrouwelijke stukken wordt toegewezen; alleen de Afdeling bestuursrechtspraak mag kennis nemen van deze stukken.