ECLI:NL:RVS:2020:1623
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en voor opvang bij niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 6 september 2019 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 20 februari 2020 ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om een voorlopige voorziening gegrond was, mede gelet op eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2019:457). Daarom werd bepaald dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter mr. A.W.M. Bijloos, in aanwezigheid van griffier mr. S. Yildiz, en uitgesproken in het openbaar op 10 juli 2020.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.