ECLI:NL:RVS:2020:1621
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A.W.M. Bijloos
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf voor Syrische vreemdelingen
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag die de afwijzing van machtigingen tot voorlopig verblijf (mvv) voor twee Syrische vreemdelingen vernietigde. Vreemdeling 1 is een minderjarige die verblijf beoogt als pleegkind van referent, zijn tante, en vreemdeling 2 is de gestelde vader van referent die verblijf als familielid wenst.
De rechtbank had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de pleegouderrelatie en de verbreking van de gezinsband met de biologische ouders niet aannemelijk waren gemaakt. Ook was volgens de rechtbank onvoldoende onderzocht of de afwijzing evenredig was, mede gelet op de belangen van minderjarige vluchtelingen zoals voorgeschreven in de Gezinsherenigingsrichtlijn en het EU-Handvest.
De staatssecretaris voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank het arrest E. van het Hof van Justitie te ruim had geïnterpreteerd en dat de bewijsnood niet meer aan de orde was omdat de vreemdelingen inmiddels documenten hadden overgelegd. Tevens stelde hij dat de verklaringen van referent tegenstrijdigheden bevatten die de geloofwaardigheid van de pleegouderrelatie ondermijnden. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep van vreemdeling 2 zonder inhoudelijke beoordeling had toegewezen en dat de staatssecretaris terecht had geoordeeld dat er geen beschermenswaardig gezinsleven bestond tussen vreemdeling 2 en referent.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde de beroepen van de vreemdelingen ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de beroepen van de vreemdelingen ongegrond verklaard.