ECLI:NL:RVS:2020:162
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging intrekking verblijfsvergunning asiel wegens procedurele tekortkomingen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid trok bij besluit van 21 september 2018 de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling in en wees diens aanvraag tot verlenging af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit met inachtneming van haar overwegingen.
Zowel de staatssecretaris als de vreemdeling gingen in hoger beroep. Bij een nieuw besluit van 15 augustus 2019 verleende de staatssecretaris alsnog de verlenging van de verblijfsvergunning, maar trok deze tegelijkertijd in. De vreemdeling stelde hiertegen opnieuw beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris de vreemdeling ten onrechte niet in de gelegenheid had gesteld een zienswijze naar voren te brengen voorafgaand aan het besluit van 15 augustus 2019. Omdat de staatssecretaris eerst beoordeelde of de vreemdeling in 2007 mogelijk in aanmerking kwam voor een andere verblijfsgrond, had een nieuw voornemen met zienswijzekans moeten worden gegeven. De Afdeling verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning en veroordeelt de staatssecretaris tot proceskostenvergoeding.