ECLI:NL:RVS:2020:1568
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen in hoger beroep
Bij besluiten van 20 oktober 2015 had de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen en geweigerd om ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen. De vreemdelingen stelden beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 20 april 2020 het beroep gegrond verklaarde, de besluiten vernietigde, maar de rechtsgevolgen daarvan in stand liet. Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld.
De vreemdelingen verzochten de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij niet uitgezet zouden worden voordat op het hoger beroep was beslist en dat zij opvang en verstrekkingen zouden ontvangen. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek gehonoreerd en bepaald dat de vreemdelingen niet mogen worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt.
Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdelingen, vastgesteld op €525,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan op 7 juli 2020 door voorzieningenrechter H.G. Sevenster.
Uitkomst: Vreemdelingen mogen niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt; staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.