ECLI:NL:RVS:2020:146
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Vaststelling afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis minderjarige vreemdeling
De zaak betreft een minderjarige vreemdeling die een machtiging tot voorlopig verblijf aanvraagt in het kader van nareis bij haar vermeende vader, aan wie een verblijfsvergunning asiel is verleend. De staatssecretaris wees de aanvraag af op grond van een DNA-onderzoek waaruit bleek dat er geen biologische band bestaat tussen de vreemdeling en de referent, en omdat niet is gebleken dat de vreemdeling feitelijk tot het gezin van de referent behoorde bij diens binnenkomst in Nederland.
De rechtbank had het besluit van de staatssecretaris vernietigd omdat zij oordeelde dat niet was aangetoond dat de staatssecretaris de overgelegde onofficiële documenten voldoende had betrokken bij zijn beoordeling en dat het beleid omtrent adoptie- en pleegkinderen niet was toegepast. De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat hij de documenten wel degelijk had meegewogen en dat de rechtbank zijn beleid onjuist had geïnterpreteerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank een onjuiste uitleg had gegeven aan de gedragslijn van de staatssecretaris. De staatssecretaris had de documenten, het DNA-onderzoek en de verklaringen van de referent in onderlinge samenhang beoordeeld en gemotiveerd dat er geen feitelijke gezinsband bestond. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk en vernietigde het vonnis van de rechtbank. Het beroep werd uiteindelijk ongegrond verklaard.
De staatssecretaris hoefde geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak bevestigt dat de staatssecretaris binnen de beleidslijnen en wettelijke kaders een afwijzing kan motiveren op basis van onderzoek naar biologische en feitelijke gezinsbanden bij nareisaanvragen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.