ECLI:NL:RVS:2020:1447
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- H. Troostwijk
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over afwijzing asielaanvraag Koerdische christen
De vreemdeling uit de Koerdische Autonome Regio in Irak had een asielaanvraag ingediend wegens problemen als christen. De staatssecretaris wees deze aanvraag af, omdat hij niet geloofde in de mishandeling en bedreiging die de vreemdeling beweerde te hebben ondergaan.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom hij de mishandeling niet geloofwaardig achtte, mede gezien de onderbouwde verklaring van een leidinggevende. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak constateerde dat de rechtbank niet de volledige motivering van het besluit had betrokken, zoals tegenwerpingen over wisselende verklaringen en het ontbreken van duidelijkheid over betrokken personen en organisaties. Ook was ten onrechte zwaar gewicht toegekend aan de e-mailverklaring zonder de context van het gehele asielrelaas.
De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verwees de zaak terug voor een nieuwe behandeling, waarbij de rechtbank rekening moet houden met de volledige motivering van het besluit van de staatssecretaris.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbehandeling.