ECLI:NL:RVS:2020:1441
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 15 oktober 2019 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank Den Haag verklaarde bij uitspraak van 1 mei 2020 het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit maar hield de rechtsgevolgen in stand. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep niet is beslist. Tevens werd bepaald dat de vreemdeling opvang en verstrekkingen moet ontvangen. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €525,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan op 19 juni 2020 door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos, in aanwezigheid van griffier O. van Loon. Hiermee wordt de positie van de vreemdeling in afwachting van het hoger beroep beschermd.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.