ECLI:NL:RVS:2020:1403
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing standplaatsvergunning op Zuidplein Rotterdam wegens standplaatsvrijgebied
Appellante heeft een vergunning aangevraagd voor het innemen van een standplaats met een mobiele kraam voor de verkoop van geringe eet- en drinkwaren op het Zuidplein in Rotterdam. De aanvraag werd afgewezen omdat het Zuidplein is aangewezen als standplaatsvrijgebied volgens de Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam 2012, en appellante niet voldeed aan de voorwaarden voor een ontheffing.
Na afwijzing van het bezwaar door het college en een ongegrondverklaring van het beroep door de rechtbank, stelde appellante hoger beroep in bij de Raad van State. Tijdens de procedure voerde appellante een nieuwe beroepsgrond aan op basis van de Dienstenrichtlijn, welke door de rechtbank buiten beschouwing werd gelaten wegens strijd met de goede procesorde.
De Raad van State oordeelde dat appellante, die gedurende de gehele procedure door een advocaat werd bijgestaan, deze grond eerder had kunnen aanvoeren. Het te laat indienen van deze grond bracht strijd met de goede procesorde mee, waardoor de rechtbank terecht deze beroepsgrond niet heeft betrokken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de standplaatsvergunning wordt bevestigd.