ECLI:NL:RVS:2020:1388
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- G.M.H. Hoogvliet
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis zussen
De zaak betreft een hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag die het bezwaar van referent tegen de afwijzing van machtigingen tot voorlopig verblijf voor zijn gestelde zussen gegrond verklaarde.
De staatssecretaris had de aanvragen afgewezen omdat de identiteit van de zussen niet aannemelijk was gemaakt en beoordeelde de aanvragen op grond van artikel 8 EVRM Pro in plaats van de nareisregeling. De rechtbank oordeelde echter dat de aanvragen in het kader van nareis waren ingediend en dat de staatssecretaris ten onrechte geen DNA-onderzoek had aangeboden om de familierelatie te bevestigen.
De Raad van State bevestigt dat de staatssecretaris de aanvragen terecht als familie- of gezinsleden op grond van artikel 8 EVRM Pro heeft beoordeeld, maar erkent dat het ontbreken van DNA-onderzoek een onrechtmatigheid vormt. De eerdere uitspraak van de rechtbank wordt bekrachtigd en het besluit van 31 juli 2019 wordt vernietigd. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van 31 juli 2019 tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd vanwege het ontbreken van DNA-onderzoek.