ECLI:NL:RVS:2020:1387
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling met dubbele nationaliteit kan beroep doen op nareisprocedure voor gezinshereniging
De zaak betreft een vreemdeling met zowel Moldavische als Roemeense nationaliteit die een asielaanvraag indiende, welke niet-ontvankelijk werd verklaard door de staatssecretaris. De rechtbank bevestigde dit besluit, maar de vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling niet als asielzoeker, maar als gezinslid van een derdelander moet worden beschouwd en dat zij daarom rechten kan ontlenen aan de Gezinsherenigingsrichtlijn en artikel 29, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De staatssecretaris had onvoldoende gemotiveerd waarom deze rechten niet zouden gelden vanwege haar Unieburgerschap.
Verder werd vastgesteld dat de echtgenoot van de vreemdeling een geldige verblijfsvergunning asiel bezit en dat gezinshereniging in Moldavië niet mogelijk is. De eerdere niet-ontvankelijkverklaring wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
De uitspraak verduidelijkt dat dubbele nationaliteit niet mag leiden tot nadeel voor de vreemdeling en bevestigt het belang van integratie en gezinshereniging binnen het Unierecht.
Uitkomst: Het besluit van 2 januari 2018 wordt vernietigd en de vreemdeling kan rechten ontlenen aan de nareisprocedure voor gezinshereniging.