ECLI:NL:RVS:2020:138
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen vreemdelingenbewaring
De vreemdeling is bij besluit van 22 november 2019 in vreemdelingenbewaring gesteld. Hiertegen stelde hij beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 24 december 2019 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In het hoger beroep gaf de vreemdeling echter geen inhoudelijke gronden aan waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde daarom dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is, omdat het niet voldoet aan de vereisten van artikel 85 Vreemdelingenwet Pro 2000. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Het vonnis werd uitgesproken door de enkelvoudige kamer op 17 januari 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van inhoudelijke gronden.