ECLI:NL:RVS:2020:1360
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vaststelling minderjarigheid vreemdeling en afwijzing machtiging voorlopig verblijf
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 27 november 2017 aanvragen van vreemdelingen om een machtiging tot voorlopig verblijf af. De vreemdelingen maakten bezwaar, dat op 4 december 2018 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen gegrond en vernietigde de besluiten, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De kern van het geschil betrof de geboortedatum van de referent, de vermeende minderjarige zoon en broer van de vreemdelingen. In Italië was hij geregistreerd als meerderjarige met geboortedatum 1997, terwijl hij zelf consistent verklaarde in de asielprocedure dat hij in 1999 was geboren. De vreemdelingen overlegden een kopie van een geboortebewijs en de Basisregistratie Personen vermeldde 1999 als geboortedatum.
De staatssecretaris beriep zich op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en stelde dat de registratie in Italië zorgvuldig was gebeurd. Hij wees erop dat de vreemdelingen geen originele documenten konden overleggen en dat de kopie van het geboortebewijs niet op echtheid kon worden onderzocht. Ook de inschrijving in de BRP was gebaseerd op eigen verklaringen en een verslag van het eerste asielgehoor. De rechtbank had volgens de staatssecretaris onvoldoende gemotiveerd waarom dit tegenbewijs niet werd aanvaard.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris terecht van de Italiaanse registratie uitging en dat de vreemdelingen onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat de geboortedatum onjuist was. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.