ECLI:NL:RVS:2020:1359
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek Nederlanderschap wegens ontbreken geldig buitenlands reisdocument en bewijsnood
Bij besluit van 17 april 2018 wees de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van appellant om Nederlanderschap te verkrijgen af wegens het ontbreken van een geldig buitenlands reisdocument en een gelegaliseerde notariële akte, waardoor zijn identiteit en nationaliteit niet konden worden vastgesteld.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd bij besluit van 4 september 2018 ongegrond verklaard. Vervolgens verklaarde de rechtbank Noord-Nederland bij uitspraak van 19 juli 2019 het beroep van appellant ongegrond. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde bij mondelinge uitspraak op 2 juni 2020 de eerdere beslissingen. De Afdeling oordeelde dat appellant onvoldoende heeft aangetoond in bewijsnood te verkeren, ondanks dat hij de Chinese ambassade in 2006 en 2018 had benaderd. Er was geen bewijsstuk van de Chinese autoriteiten dat hij niet in het bezit kon worden gesteld van de benodigde documenten. Ook het namens appellant benaderen van de Chinese autoriteiten door de staatssecretaris in 2005 was onvoldoende om bewijsnood aan te nemen.
Verder mocht de staatssecretaris afzien van het horen van appellant, omdat er op voorhand geen reden was om aan te nemen dat het bezwaar tot een ander besluit zou leiden. De Afdeling concludeerde dat het verzoek om Nederlanderschap terecht was afgewezen en het bezwaar terecht ongegrond was verklaard, waardoor het hoger beroep ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het verzoek om Nederlanderschap is afgewezen wegens het ontbreken van geldige documenten en onvoldoende bewijsnood, en het hoger beroep is ongegrond verklaard.