ECLI:NL:RVS:2020:1339
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.H.M. van Altena
- G.T.J.M. Jurgens
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens waardevermindering woning door aanleg A74 en aanpassing A73
De appellant, eigenaar van een woning nabij de A73-Zuid te Venlo, verzocht de minister van Infrastructuur en Waterstaat om schadevergoeding op grond van artikel 22 van Pro de Tracéwet vanwege waardevermindering van zijn woning door de aanleg van de A74 en aanpassingen aan de A73-Zuid.
Na diverse besluiten en rechtsprocedures, waaronder een vernietiging van een eerder besluit door de rechtbank Limburg en een tussenuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak, werd een taxatierapport opgesteld dat een waardevermindering van € 5.000,- vaststelde, wat lager was dan de drempel van 2% van de woningwaarde (€ 7.200,-). De minister wees het verzoek om schadevergoeding af.
De appellant voerde aan dat het taxatierapport onzorgvuldig was en onvoldoende rekening hield met de toename van de geluidbelasting. De Afdeling oordeelde echter dat het bestuursorgaan het taxatierapport in redelijkheid aan het besluit kon ten grondslag leggen en dat het beroep tegen het besluit van 24 januari 2020 ongegrond was.
Wel werd de minister veroordeeld tot een vergoeding van € 1.500,- wegens overschrijding van de redelijke termijn van behandeling van het bezwaar en beroep. Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 24 januari 2020 wordt ongegrond verklaard en de minister wijst het verzoek om schadevergoeding af, maar kent een vergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.