ECLI:NL:RVS:2020:1337
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.H.M. van Altena
- G.T.J.M. Jurgens
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens waardevermindering woning door aanleg A74 en aanpassingen A73
Appellant, eigenaar van een woning nabij de A73-Zuid te Venlo, verzocht de minister van Infrastructuur en Waterstaat om schadevergoeding wegens waardevermindering van zijn woning als gevolg van het Tracébesluit Rijksweg A74. De minister wees dit verzoek meerdere malen af, waarna appellant beroep instelde bij de bestuursrechter en hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het eerdere besluit van 12 maart 2018 onvoldoende was gemotiveerd en vernietigde dit besluit. De minister vroeg daarop advies aan een taxateur, die een waardevermindering van €5.000 vaststelde, lager dan de drempel van 2% van de woningwaarde (€6.200). De minister handhaafde de afwijzing van de schadevergoeding op basis van dit advies.
Appellant voerde aan dat het taxatierapport ondeugdelijk was en overhandigde een contra-expertise waaruit een hogere waardevermindering bleek. De Afdeling stelde echter dat het bestuursorgaan het taxatierapport van de minister in redelijkheid mocht volgen en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het rapport onzorgvuldig was.
Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak met ruim tweeënhalf jaar was overschreden, waarvoor de minister een vergoeding van €2.500 aan appellant moet betalen. Ook werden proceskosten en griffierecht aan appellant toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 24 januari 2020 wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen, met toekenning van een vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.