ECLI:NL:RVS:2020:1335
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.H.M. van Altena
- G.T.J.M. Jurgens
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens waardevermindering woning door aanleg A74 en aanpassing A73
Appellant, eigenaar van een woning nabij de A73-Zuid te Venlo, verzocht de minister van Infrastructuur en Waterstaat om schadevergoeding op grond van de Tracéwet wegens waardevermindering door de aanleg van de A74 en aanpassingen aan de A73-Zuid. De minister wees het verzoek af, waarna meerdere bezwaren en beroepen volgden.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit van 30 juni 2015. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigde vervolgens het besluit van 7 april 2017 en gaf de minister opdracht een nieuw besluit te nemen. Bij besluit van 12 maart 2018 wees de minister het verzoek opnieuw af, waarop appellant beroep instelde.
De Afdeling oordeelde dat het taxatierapport van de door de minister ingeschakelde rentmeester-taxateur zorgvuldig was en dat de vastgestelde waardevermindering van € 5.000,00 niet hoger was dan de drempel van 2% van de woningwaarde, waardoor de schade onder het normale maatschappelijke risico viel. Het beroep tegen het besluit van 24 januari 2020 werd ongegrond verklaard.
Wel werd de minister veroordeeld tot vergoeding van € 1.500,00 wegens overschrijding van de redelijke termijn en tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 24 januari 2020 wordt ongegrond verklaard; de minister wijst het verzoek om schadevergoeding af maar moet een vergoeding betalen wegens overschrijding van de redelijke termijn.