ECLI:NL:RVS:2020:132
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen vreemdelingenbewaring
Bij besluit van 18 december 2019 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De vreemdeling heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 6 januari 2020 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In het hoger beroep heeft de vreemdeling echter niet toegelicht waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn, waardoor het hoger beroep niet ontvankelijk werd verklaard op grond van artikel 85 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft daarom het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en de staatssecretaris is niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Raad van State op 16 januari 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een gemotiveerd verweer.