ECLI:NL:RVS:2020:1253
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling nadeelcompensatie wegens hinder door aanleg A9 Gaasperdammerweg tunnel
De zaak betreft een verzoek van appellante, eigenares van een woning nabij de A9 Gaasperdammerweg, om nadeelcompensatie wegens hinder door de aanleg van een tunnel en weguitbreiding. De minister van Infrastructuur en Waterstaat wees het verzoek aanvankelijk af op basis van een adviescommissie die stelde dat de schade bij aankoop voorzienbaar was.
Appellante stelde dat de omvang en ernst van de hinder niet volledig voorzienbaar waren. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde in een tussenuitspraak dat de minister het advies onjuist had toegepast en dat het besluit van 2 augustus 2018 vernietigd moest worden. De minister kreeg opdracht een nieuw advies in te winnen over de hoogte van de schade.
Op basis van het nieuwe advies kende de minister een tegemoetkoming toe van €1.300 plus wettelijke rente. Appellante maakte geen gebruik van de mogelijkheid tot zienswijze tegen dit besluit. De Afdeling verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht.
De uitspraak bevestigt dat schadevergoeding bij infrastructuurprojecten zorgvuldig moet worden vastgesteld, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen voorzienbaarheid van het project en de mate van hinder. De procedure toont het belang van zorgvuldige advisering en rechtsbescherming bij nadeelcompensatie.
Uitkomst: Het besluit van 2 augustus 2018 wordt vernietigd en appellante ontvangt een tegemoetkoming in de schade van €1.300 plus wettelijke rente.