ECLI:NL:RVS:2020:1245
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking verzoek voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag in een vreemdelingenzaak. De vreemdeling verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat hij gedwongen Nederland zou moeten verlaten terwijl het hoger beroep nog liep.
Tijdens de procedure trok de staatssecretaris het besluit van 10 februari 2020 in, waarin het bezwaar van de vreemdeling ongegrond was verklaard en het verblijfsrecht was beëindigd. Hierop trok de vreemdeling zijn verzoek om voorlopige voorziening in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de intrekking van het besluit een tegemoetkoming was als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening niet langer nodig was. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €525,00, volledig toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van €525 aan proceskosten na intrekking van het verzoek om voorlopige voorziening.