ECLI:NL:RVS:2020:124
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris verklaarde op 13 augustus 2019 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 16 september 2019 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep ongegrond had verklaard terwijl de eerste beroepsgrond van de vreemdeling slaagde. Ook had de rechtbank ten onrechte geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris, en bepaalde dat de staatssecretaris de proceskosten van €1.575,00 aan de vreemdeling moet vergoeden. De staatssecretaris dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen van de rechtbank.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot niet-ontvankelijkheid van de aanvraag verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en het beroep gegrond verklaard.