ECLI:NL:RVS:2020:1236
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- H. Troostwijk
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid terugkeerbesluit en inreisverbod vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vaardigde op 10 augustus 2018 een terugkeerbesluit en inreisverbod uit tegen een vreemdeling van Albanese nationaliteit die in Nederland werd aangetroffen nadat hij in Frankrijk een asielverzoek had ingediend maar dit niet had afgewacht.
De rechtbank had het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit gegrond verklaard en het besluit vernietigd, stellende dat de staatssecretaris ten onrechte de terugkeerprocedure had gevolgd in plaats van de Dublinprocedure. De staatssecretaris stelde hoger beroep in, stellende dat de vreemdeling zijn asielverzoek in Frankrijk had ingetrokken door zijn gedragingen en dat de terugkeerprocedure daarom terecht was toegepast.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat uit het proces-verbaal blijkt dat de vreemdeling de mogelijkheid had om in Nederland een asielverzoek in te dienen maar hiervan geen gebruik heeft gemaakt, waarmee hij zijn verzoek in Frankrijk heeft ingetrokken. Hierdoor was de toepassing van de terugkeerprocedure juist en was het inreisverbod terecht uitgevaardigd.
De Afdeling vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond en het beroep van de vreemdeling ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.