ECLI:NL:RVS:2020:1203
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- A.W.M. Bijloos
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over niet-ontvankelijkheid asielaanvragen vreemdelingen
De vreemdelingen hadden in Nederland meerdere keren asiel aangevraagd nadat zij al internationale bescherming in Spanje hadden gekregen. De staatssecretaris verklaarde hun aanvragen van 4 november 2019 niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van nieuwe relevante elementen. De rechtbank vernietigde deze besluiten en beval nieuwe besluitvorming met inachtneming van het arrest C.K. tegen Slovenië van het Hof van Justitie.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat het arrest C.K. niet van toepassing is op de beoordeling van niet-ontvankelijkheid van asielaanvragen en dat hij geen medische beoordeling hoefde te vragen over de psychische gesteldheid van de minderjarige zoon van de vreemdelingen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het arrest C.K. toepaste en dat de staatssecretaris terecht de aanvragen niet-ontvankelijk verklaarde.
Het incidenteel hoger beroep van de vreemdelingen werd ongegrond verklaard omdat hun argumenten geen vragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen ongegrond, waardoor de niet-ontvankelijkheid van de aanvragen standhoudt.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvragen wordt bevestigd en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.