ECLI:NL:RVS:2020:1162
Raad van State
- Hoger beroep
- W.D.M. van Diepenbeek
- G.M.H. Hoogvliet
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning voor nieuwbouw woning ondanks bezwaren cultuurhistorische waarde en woongenot
De zaak betreft een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van Maastricht voor het slopen en geheel vervangen van een vrijstaande woning aan de [locatie 1] te Maastricht. De nieuwe woning wordt aan de achterzijde 4,24 meter langer en circa 40 centimeter hoger dan de bestaande woning, met behoud van het uiterlijk.
Een naastgelegen bewoner, [partij], maakte bezwaar tegen de vergunning vanwege mogelijke aantasting van zijn woongenot en de cultuurhistorische waarde van het ENCI-dorp. De rechtbank verklaarde het beroep van [partij] gegrond en vernietigde het besluit van het college. Het college nam een nieuw besluit waarbij de vergunning op een andere grondslag werd verleend.
Het hoger beroep van [appellant] richtte zich op de uitleg van het begrip 'uitbreiding van het bestaande hoofdgebouw' in het bestemmingsplan. De Afdeling oordeelde dat bij volledige sloop geen sprake is van uitbreiding, maar van nieuwbouw. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Verder oordeelde de Afdeling dat de woning geen gemeentelijk monument is, omdat het cultuurhistorisch attentiegebied niet gelijkgesteld kan worden aan een gemeentelijk monument volgens de Erfgoedverordening. Het welstandsadvies werd als deugdelijk beoordeeld, ondanks tegenadviezen en bezwaren over verstoring van de straatwand en ritmiek.
Ten aanzien van de belangen van [partij] achtte de Afdeling het nadeel voor woongenot en privacy niet zo onevenredig dat medewerking aan het bouwplan geweigerd moest worden. De Afdeling verklaarde het beroep tegen het besluit van 12 juni 2019 ongegrond en bevestigde daarmee de omgevingsvergunning.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning wordt bevestigd.