ECLI:NL:RVS:2020:1147
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.G. Sevenster
- F.D. van Heijningen
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling sluiting woning op grond van artikel 13b Opiumwet en onderscheid sociale en particuliere huursector
De burgemeester van Meierijstad heeft op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet een woning in Veghel gesloten voor zes maanden vanwege de vondst van cocaïne, hashish en hennep. Na vernietiging van het eerdere besluit wegens onvoldoende motivering, heeft de burgemeester het besluit op bezwaar opnieuw gehandhaafd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het beroep van de betrokkenen ongegrond verklaard.
De Afdeling oordeelt dat het onderscheid in het beleid tussen sociale huurwoningen en particuliere verhuur rechtmatig is, omdat woningcorporaties een bijzondere taak hebben in de volkshuisvesting en gebonden zijn aan wettelijke waarborgen en transparante toewijzingsprocedures. Particuliere verhuurders hebben een commercieel motief en zijn niet aan dezelfde regels gebonden, waardoor het belang van het zichtbaar optreden tegen drugshandel zwaarder weegt bij particuliere verhuur.
Verder is geoordeeld dat de sluiting van de woning geen punitief karakter heeft, maar een bestuurlijke sanctie is gericht op het beëindigen en voorkomen van overtredingen van de Opiumwet. De maatregelen die de betrokkenen zelf hebben genomen, zoals ontbinding van de huurovereenkomst en het sluiten van de woning, leiden niet tot een andere beoordeling. Ook zijn er geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van het beleid rechtvaardigen.
Uitkomst: Het beroep tegen de sluiting van de woning wordt ongegrond verklaard en het besluit tot sluiting blijft in stand.