ECLI:NL:RVS:2020:1134
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen vreemdelingenbewaring
De vreemdeling is bij besluit van 15 maart 2020 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tegen dit besluit heeft de vreemdeling beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 6 april 2020 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In het hoger beroep gaf de vreemdeling echter geen inhoudelijke gronden aan waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde daarom dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is, omdat het niet voldoet aan de vereisten van artikel 85 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Het hoger beroep is derhalve niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan gemotiveerd verweer.