ECLI:NL:RVS:2020:1130
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking keuringsbevoegdheid wegens afwezigheid bij steekproefcontrole
De RDW heeft op 14 augustus 2018 de keuringsbevoegdheid van appellant ingetrokken voor de duur van zes maanden, omdat hij bij een steekproefcontrole op 25 juni 2018 niet aanwezig was op de keuringsplaats van het bedrijf van zijn zoon, waar hij ook als keurmeester stond geregistreerd.
Appellant voerde aan dat hij wel aanwezig was, maar de rechtbank en de Raad van State gingen uit van de verklaring van de steekproefcontroleur, die stelde dat appellant niet aanwezig was op het moment van de controle. De rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelden dat de keuringsplaats beperkt is tot het perceel van het betreffende bedrijf en dat het perceel van appellant niet tot die keuringsplaats behoort.
De Raad van State verwierp het hoger beroep van appellant en bevestigde dat de RDW terecht van de verklaring van de steekproefcontroleur mocht uitgaan. Ook het betoog over proceskosten werd afgewezen, omdat de rechtbank het besluit zorgvuldig had gemotiveerd en er geen aanleiding was voor een proceskostenvergoeding.
De intrekking van de keuringsbevoegdheid blijft daarmee in stand voor de duur van zes maanden.
Uitkomst: De intrekking van de keuringsbevoegdheid van appellant voor zes maanden wordt bevestigd.