ECLI:NL:RVS:2020:1123
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- G.M.H. Hoogvliet
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag Nederlandse paspoorten wegens gezamenlijk ouderlijk gezag
De moeder, woonachtig in Peru en houdster van de Nederlandse nationaliteit, verzocht herhaaldelijk om Nederlandse paspoorten voor haar minderjarige dochters. De minister van Buitenlandse Zaken wees deze aanvragen af omdat de moeder niet kon aantonen dat zij het eenhoofdig ouderlijk gezag over de kinderen heeft, die tijdens het huwelijk met hun vader in de Verenigde Staten zijn geboren.
De moeder stelde dat Peruaanse documenten en een uitspraak van het Peruaanse Family Court haar het eenhoofdig gezag toekenden, mede omdat het huwelijk volgens Peruaans recht niet was geregistreerd. De minister en rechtbank wezen dit af, stellende dat volgens Nederlands recht het ouderlijk gezag gezamenlijk is en dat de buitenlandse uitspraken en documenten geen wijziging daarin brengen.
In hoger beroep bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die een andere beoordeling rechtvaardigen. De Peruaanse documenten en uitspraken hebben geen formele rechtskracht in Nederland en kunnen het gezamenlijk ouderlijk gezag niet wijzigen. De aanvraag werd daarom terecht afgewezen. De Afdeling liet de aangevallen uitspraak van de rechtbank in stand en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De aanvraag voor Nederlandse paspoorten voor de minderjarige kinderen wordt afgewezen wegens ontbreken van eenhoofdig ouderlijk gezag.