ECLI:NL:RVS:2020:106
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat het Pieter Baan Centrum niet onder klachtenregeling Wkkgz valt
De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wees een verzoek om handhaving tegen het Pieter Baan Centrum (PBC) af omdat het PBC volgens hem niet verplicht is een klachten- en geschillenregeling te hebben conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz).
De rechtbank oordeelde echter dat het diagnostisch onderzoek in het PBC wel onder de Wkkgz valt en dat het PBC daarom een klachtenregeling moet hebben. De minister ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad van State overwoog dat hoewel diagnostisch onderzoek zorg is in de zin van de Wkkgz, er een uitzondering geldt voor justitiële inrichtingen waar een bijzondere wettelijke regeling bestaat, zoals de Penitentiaire beginselenwet en de Penitentiaire maatregel. Sinds 1 mei 2019 is dit expliciet geregeld in de Wkkgz.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep van de minister ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd het beroep van de wederpartij tegen het besluit van de minister van 16 mei 2019 ongegrond verklaard. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van beperkte proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.