ECLI:NL:RVS:2019:947
Raad van State
- Hoger beroep
- W.D.M. van Diepenbeek
- D.J.C. van den Broek
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor frietkiosk ondanks bezwaren omwonende
Het college van burgemeester en wethouders van Middelburg verleende op 11 juli 2017 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een frietkiosk op een brug, deels in afwijking van het bestemmingsplan. Een omwonende, appellant, maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege verstoring van zijn woongenot en een vermeende inbreuk op welstand.
Na een bezwaarprocedure en een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant die het beroep van appellant ongegrond verklaarde, stelde appellant hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling behandelde het hoger beroep op 20 februari 2019.
De Afdeling oordeelde dat de publicatie van de vergunning tijdig bezwaar mogelijk maakte en dat er geen aanwijzingen waren voor partijdigheid van de bezwaarschriftencommissie. Het advies van de welstandscommissie, dat de kiosk geen afbreuk doet aan het beschermde stadsgezicht en een positieve bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit, mocht door het college worden gevolgd.
De Afdeling stelde vast dat de afwijking van het bestemmingsplan alleen betrekking had op hoogte, dak en materiaalgebruik, en dat de bezwaren over geur-, afval- en parkeerproblemen niet relevant waren voor de vergunningverlening. De rechtbank had de belangenafweging zorgvuldig gemaakt en het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waarbij de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de vergunning voor de frietkiosk wordt bevestigd.