ECLI:NL:RVS:2019:905
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over bewaring alleenstaande minderjarige vreemdeling
De rechtbank had op 24 september 2018 het beroep van de alleenstaande minderjarige vreemdeling tegen zijn bewaring gegrond verklaard en de maatregel van bewaring opgeheven, met toekenning van schadevergoeding. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het beleid voor bewaring van alleenstaande minderjarige vreemdelingen, zoals neergelegd in de Vreemdelingencirculaire 2000, niet vereist dat alle zwaarwegende belangen cumulatief aanwezig zijn. Het feit dat de vreemdeling zich had onttrokken aan toezicht en met onbekende bestemming was vertrokken, vormde reeds een zwaarwegend belang dat bewaring rechtvaardigt.
Het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard omdat het geen nieuwe rechtsvragen opriep. De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen de maatregel van bewaring ongegrond, waardoor ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling tegen de bewaring ongegrond.