ECLI:NL:RVS:2019:900
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor onderbemanning bij hecht samenstel in binnenvaart
Op 6 september 2016 constateerden toezichthouders dat een duwboot met duwbak onderbemand de sluis Linne invoer, met slechts een schipper en een lichtmatroos aan boord, terwijl ook een stuurman verplicht was. De minister legde een bestuurlijke boete van €4.000,- op, welke in bezwaar en beroep werd gehandhaafd.
De rechtbank Limburg oordeelde dat het samenstel niet met de vereiste minimumbemanning voer, waarbij de schutting in de sluis als onderdeel van de vaart werd beschouwd. De rechtbank vond de boete passend en niet onredelijk, ondanks het ontbreken van een glijdende schaal voor boetevermindering bij kleinere schepen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat tijdens de controle niet werd gevaren en dat de bewijslast bij de minister lag. Ook stelde zij dat een lichtmatroos in plaats van een stuurman een onderkwalificatie van drie niveaus betrof, waardoor een lagere boete passend was. Tevens werd betoogd dat de boetetabellen onvoldoende differentieerden naar scheepslengte.
De Raad van State verwierp deze bezwaren. De schutting werd als vaart beschouwd, de minister had aan zijn bewijslast voldaan en de vrijstellingsregeling was strikt. De boetetabellen differentiëren naar scheepsgrootte via groepen en een glijdende schaal is niet vereist. De ernst van de overtreding hangt niet af van de scheepslengte. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de boete bevestigd.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €4.000,- wegens onderbemanning van het hecht samenstel wordt bevestigd.