ECLI:NL:RVS:2019:882
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens onvoldoende bewijs toezicht en leiding bij terbeschikkingstelling werknemers
Appellante kreeg een boete van €114.228 opgelegd wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen, omdat zij vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning zou hebben laten werken. De boete werd bevestigd door de rechtbank, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de Bulgaarse werknemers, die via een Bulgaars bedrijf werden ingehuurd, onder toezicht en leiding van appellante werkten. De Afdeling analyseerde het arrest van het Hof van Justitie in de zaak Vicoplus en Martin Meat en stelde vast dat dit criterium essentieel is voor het al dan niet toepassen van de vergunningplicht.
De Afdeling concludeerde dat de verklaringen over het toezicht en de leiding niet eenduidig waren en dat de staatssecretaris onvoldoende bewijs leverde dat appellante daadwerkelijk toezicht en leiding had over de vreemdelingen. Gezien de waarborgen uit het EVRM moest appellante het voordeel van de twijfel krijgen, waardoor de boete ten onrechte was opgelegd. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het boetebesluit herroepen.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan appellante. Hiermee werd appellante in het gelijk gesteld en werd het bestuursrechtelijk handhavingsbesluit teruggedraaid.
Uitkomst: Het boetebesluit tegen appellante wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van toezicht en leiding, en de boete wordt herroepen.