ECLI:NL:RVS:2019:853
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek tegen hoogspanningsmast en afwijzing schadevergoeding
Bij besluit van 13 april 2017 wees het college het verzoek van appellant af om handhavend op te treden tegen hoogspanningsmast 121 nabij zijn perceel in Mierlo. Het verzoek was gebaseerd op vermeende strijdigheid met bestemmingsplannen en het voorzorgsbeginsel vanwege nieuwe inzichten over magneetvelden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de bouwvergunning van 2009 rechtmatig is en dat het college geen bevoegdheid had tot handhaving omdat de mast conform vergunning is gebouwd. Appellant voerde tevens aan dat het college een schadevergoeding moest toekennen wegens waardevermindering van zijn woning.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Zij oordeelt dat de bouwvergunning rechtens vaststaat en dat het betoog omtrent het voorzorgsbeginsel en bestemmingsplannen daaraan niet afdoet. Tevens is het verzoek om schadevergoeding afgewezen, omdat de bestuursrechter niet bevoegd is over schade boven € 25.000 te oordelen en de rechtmatigheid van de bouwvergunning niet is betwist.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.