ECLI:NL:RVS:2019:841
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- G.M.H. Hoogvliet
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling afwijzing duurzaam verblijfsrecht gemeenschapsonderdanen op juiste wettelijke gronden
De staatssecretaris heeft op 29 juni 2017 aanvragen van vier vreemdelingen om afgifte van een document dat duurzaam verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan bevestigt, afgewezen. De vreemdelingen, van Pakistaanse nationaliteit en familieleden van een Britse werknemer, beriepen zich op hun langdurig verblijf in Nederland en het recht op duurzaam verblijf volgens de Verblijfsrichtlijn.
De rechtbank Den Haag had de besluiten van de staatssecretaris vernietigd en het beroep van de vreemdelingen gegrond verklaard. De staatssecretaris stelde hoger beroep in en betoogde dat periodes van verblijf op grond van de Werknemersverordening niet meetellen voor het verkrijgen van duurzaam verblijfsrecht volgens de Verblijfsrichtlijn.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de verblijfsperiode op basis van de Werknemersverordening meetelt voor duurzaam verblijfsrecht. Gelet op het arrest Alarape en Tijani van het Hof van Justitie kunnen alleen verblijfsperioden die voldoen aan de voorwaarden van de Verblijfsrichtlijn worden meegeteld. De Raad vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdelingen ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdelingen ongegrond, waarmee de afwijzing van hun aanvragen voor duurzaam verblijfsrecht wordt bevestigd.