ECLI:NL:RVS:2019:820
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- J.Th. Drop
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vrijstelling afstand Russische nationaliteit wegens schending hoorplicht
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant, die het besluit van de staatssecretaris vernietigde wegens schending van de hoorplicht in bezwaar, maar de rechtsgevolgen van dat besluit in stand liet. Appellante had verzocht om vrijstelling van de verplichting afstand te doen van haar Russische nationaliteit.
Appellante stelde dat zij eigenaar of gebruiker is van een stuk grond in Rusland, dat zij zou verliezen bij afstand van haar Russische nationaliteit, en dat de staatssecretaris een onderzoeksplicht had om dit na te gaan. De Afdeling oordeelde dat appellante dit niet voldoende had onderbouwd en dat het aan haar is om relevante Russische regelgeving te overleggen.
Daarnaast voerde appellante aan dat zij te getraumatiseerd is om documenten in Rusland te verkrijgen en daardoor in bewijsnood verkeert. Dit betoog faalde omdat zij niet aannemelijk maakte dat zij geen derde kon inschakelen. Ook haar beroep op passages uit het regeerakkoord werd verworpen, omdat deze nog niet in wetgeving waren omgezet.
De Afdeling bevestigde dat de rechtbank terecht de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand liet, omdat de uitkomst van het besluit niet anders kan zijn. Een niet-beoordeelde beroepsgrond over het belang van afstandsverplichting ten opzichte van haar kinderen faalde eveneens. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.