ECLI:NL:RVS:2019:766
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing extra uren rechtsbijstand bij bewerkelijke beklagprocedure politieoptreden
De zaak betreft een hoger beroep van een advocaat tegen de afwijzing door de raad voor rechtsbijstand van een aanvraag om extra uren rechtsbijstand. De advocaat verleende bijstand aan een cliënt die beklag deed tegen het niet vervolgen van een politieambtenaar betrokken bij een schietincident waarbij de cliënt ernstig letsel opliep. De raad wees het verzoek om extra uren af omdat het toevoegingenstelsel een forfaitair karakter heeft en er volgens de raad geen sprake was van bijzondere rechtsvragen of een omvangrijk juridisch feitencomplex.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde anders. Zij stelde vast dat de zaak wel degelijk bewerkelijk was vanwege het omvangrijke beeldmateriaal van negen reconstructies van het schietincident, het ernstige letsel van de cliënt en het uitgebreide onderzoek door de rijksrecherche. De raad had onvoldoende rekening gehouden met deze omstandigheden bij de afwijzing van het verzoek om extra uren.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit van 9 februari 2018 en de uitspraak van de rechtbank. Zij bepaalde dat de raad een nieuw besluit moet nemen waarbij het bewerkelijke karakter van de zaak wordt erkend. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is. De advocaat kreeg daarnaast vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de raad voor rechtsbijstand om extra uren af te wijzen wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit waarbij het bewerkelijke karakter wordt erkend.