ECLI:NL:RVS:2019:749

Raad van State

Datum uitspraak
8 maart 2019
Publicatiedatum
8 maart 2019
Zaaknummer
201900959/3/A1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • H. Troostwijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening inzake locatie ondergrondse restafval container in Krommenie

Op 8 maart 2019 heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening in een geschil tussen verzoekers A en B en het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad. De zaak betreft de aanwijzing van de locatie Noorderhoofdstraat - Parklaan voor het plaatsen van een ondergrondse restafval container (ORAC). Verzoekers, wonend aan de Parklaan, vrezen voor geluidsoverlast van de container, vooral in de avonduren wanneer afval wordt gedeponeerd. Ze hebben een alternatieve locatie aangedragen aan het Oranjeplein, waar ook een ORAC is voorzien.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 28 februari 2019, waar verzoekers en het college vertegenwoordigd waren. Het college heeft toegelicht dat de techniek van de ORAC geen onacceptabele geluidshinder zal veroorzaken en dat de container meer dan 5 meter van de woningen van verzoekers is geplaatst. De voorzieningenrechter concludeert dat er geen aanleiding is om het besluit van het college te schorsen, aangezien de gekozen locatie een betere spreiding van de ORAC's biedt en het alternatief niet significant geschikter is. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen, en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitspraak

201900959/3/A1.
Datum uitspraak: 8 maart 2019
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker A] en [verzoeker B], wonend te Krommenie, gemeente Zaanstad,
en
het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 4 februari 2019 heeft het college de locatie Noorderhoofdstraat - Parklaan aangewezen als locatie voor een ondergrondse restafval container (hierna: ORAC).
Tegen dit besluit hebben [verzoeker A] en [verzoeker B] beroep ingesteld.
Bij afzonderlijke brief hebben [verzoeker A] en [verzoeker B] de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 28 februari 2019, waar [verzoeker A] en [verzoeker B], vertegenwoordigd door [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door F.P. Brouwer en mr. S.M. Barends, zijn verschenen.
Overwegingen
1.    Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.    Het college heeft bij het besluit van 4 februari 2019 de locatie Noorderhoofdstraat - Parklaan aangewezen als locatie voor het plaatsen van een ORAC. [verzoeker A] en [verzoeker B] wonen aan de Parklaan, tegenover de beoogde locatie.
3.    [verzoeker A] en [verzoeker B] voeren aan dat het college niet in redelijkheid de locatie Noorderhoofdstraat - Parklaan heeft kunnen aanwijzen voor het plaatsen van een ORAC. Zij voeren daartoe onder meer aan dat zij vrezen voor geluidsoverlast van de ORAC, wanneer er in de avond afval in de container wordt gedeponeerd en de klep wordt geopend en gesloten. Volgens hen is er een alternatieve locatie beschikbaar aan het Oranjeplein, waar ook een ORAC is voorzien en waar ander afval werd ingezameld, zoals glas.
3.1.    Het college heeft toegelicht dat er door de ontwikkelde techniek van de openingsklep van de ORAC’s geen onacceptabele geluidshinder wordt verwacht. Daarbij leert de ervaring dat afval zelden ’s nachts wordt weggebracht, aldus het college. Verder is toegelicht dat de ORAC is voorzien op meer dan 5 m van de voorgevel van de woning van [verzoeker A] en [verzoeker B].
Gelet op deze toelichting bestaat er in zoverre geen aanleiding tot schorsing van het besluit van 4 februari 2019.
3.2.    Het college heeft ter zitting over het door [verzoeker A] en [verzoeker B] aangedragen alternatief op het Oranjeplein aan de hand van een kaart toegelicht dat wanneer de aangewezen locatie op de Noorderhoofdstraat - Parklaan wegvalt en er een extra container op het Oranjeplein wordt geplaatst, de ORAC’s niet meer evenredig zijn verspreid. De locatie op Noorderhoofdstraat - Parklaan zorgt volgens het college voor een betere spreiding van de ORAC’s en is daarmee een logische plek. Het heeft ter zitting verder toegelicht dat het liever had gezien dat de ORAC in Noorderhoofdstraat nabij de kruising met de Parklaan zou worden geplaatst, maar dit bleek niet mogelijk, omdat bij het graven op kabels en leidingen werd gestuit.
De voorzieningenrechter ziet op voorhand geen aanleiding voor het oordeel dat het door [verzoeker A] en [verzoeker B] aangedragen alternatief zoveel geschikter dan de gekozen locatie dat het college daarom in redelijkheid niet voor de gekozen locatie maar voor het alternatief had moeten kiezen.
3.3.    Gelet op het voorgaande en ook omdat in het overige door [verzoeker A] en [verzoeker B] aangevoerde naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter geen aanleiding wordt gevonden voor schorsing van het besluit van 4 februari 2019, bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. W.D. Kamphorst-Timmer, griffier.
w.g. Troostwijk    w.g. Kamphorst-Timmer
voorzieningenrechter    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 8 maart 2019
776.