ECLI:NL:RVS:2019:668
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen weigering machtiging voorlopig verblijf
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 11 januari 2018 een aanvraag van een vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf afgewezen. De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 30 mei 2018 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de staatssecretaris een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij niet aan de uitspraak van de rechtbank hoefde te voldoen zolang het hoger beroep loopt. De vreemdeling gaf een schriftelijke reactie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de uitspraak van de rechtbank niet strekt tot het direct verlenen van de machtiging en dat uitvoering van de uitspraak geen onherstelbare gevolgen heeft. Ook werd geen onevenredige inspanning door de staatssecretaris aangetoond. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €512,00.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.