ECLI:NL:RVS:2019:667
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening opschorting overdrachtstermijn Dublinverordening
Bij besluit van 20 november 2018 heeft de staatssecretaris de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 14 februari 2019 ongegrond verklaarde. De staatssecretaris stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de staatssecretaris in afwachting van de uitspraak op het hoger beroep geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd bepaald dat de hogerberoepsprocedure opschortende werking heeft, waardoor de overdrachtstermijn zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Dublinverordening wordt opgeschort.
Deze voorlopige voorziening werd als kennelijk gegrond toegewezen, waarbij geen proceskostenveroordeling werd opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos op 28 februari 2019.
Uitkomst: De voorzieningenrechter heeft bepaald dat de staatssecretaris geen nieuw besluit hoeft te nemen en de overdrachtstermijn wordt opgeschort totdat het hoger beroep is beslist.