ECLI:NL:RVS:2019:648
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.B.M. Hent
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens schending hoor en wederhoor in asielprocedure
De staatssecretaris wees de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit ongegrond verklaarde. In hoger beroep klaagde de vreemdeling dat hij niet op de zitting was verschenen omdat hij niet was geïnformeerd over de datum, wat volgens hem een schending van het beginsel van hoor en wederhoor betekende.
De Raad van State onderzocht of de rechtbank de uitnodiging voor de zitting tijdig en succesvol had verzonden. Het technisch onderzoek toonde aan dat de uitnodiging was aangemaakt, maar kon niet bevestigen dat deze succesvol was verzonden omdat de loggegevens waren gewist. Er was geen bewijs dat de vreemdeling op andere wijze was geïnformeerd.
Hierdoor concludeerde de Raad dat de rechtbank had geoordeeld zonder dat de vreemdeling de gelegenheid had gekregen zijn beroep toe te lichten, in strijd met artikel 8:56 en Pro 8:36c van de Awb. De Raad verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug voor nieuwe behandeling. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd wegens schending van het beginsel van hoor en wederhoor en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling.