ECLI:NL:RVS:2019:643
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestemmingplan Reedijk P+R Heinenoord en ontvankelijkheid beroep
De raad van de gemeente Binnenmaas stelde op 21 december 2017 het bestemmingsplan 'Reedijk P+R Heinenoord' vast, gericht op de aanleg van een P+R-terrein ter vervanging van het bestaande terrein. Appellante A en B, dochterondernemingen van hetzelfde concern, stelden beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak moest beoordelen of zij ontvankelijk waren en de inhoudelijke gronden van het beroep.
Appellante A werd niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen rechtstreeks belang had; zij was slechts projectontwikkelaar zonder eigendom van de gronden. Appellante B was wel ontvankelijk omdat zij eigenaar was geworden na de zienswijzetermijn, waardoor het niet indienen van een zienswijze haar niet kon worden verweten.
Inhoudelijk betoogde appellante B dat de planbegrenzing onjuist was en dat het plan onvoldoende economisch uitvoerbaar was. De Raad oordeelde dat de raad beleidsruimte heeft bij de begrenzing en dat het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Ook was de economische uitvoerbaarheid voldoende onderbouwd, mede omdat de provincie bereid is tot onteigening. Het beroep van appellante B werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 27 februari 2019.
Uitkomst: Het beroep van appellante A is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van appellante B ongegrond.