ECLI:NL:RVS:2019:638
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit college over herleving bouwtitel en afwijzing tegemoetkoming planschade
De zaak betreft een hoger beroep van een appellant tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Landgraaf dat zijn verzoek om tegemoetkoming in planschade niet-ontvankelijk verklaarde en later afwees. De appellant is eigenaar van een perceel dat door een bestemmingsplanwijziging de bouwtitel verloor. Hij stelde dat de termijn voor het indienen van de aanvraag onduidelijk was en dat het college onzorgvuldig handelde.
De rechtbank oordeelde dat de aanvraag te laat was ingediend en dat het college het verzoek tot herleving van de bouwtitel terecht had afgewezen. De appellant stelde dat hij niet in de gelegenheid was gesteld te reageren op een stuk van het college, maar trok dit verweer in tijdens de zitting.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de brief van het college van 30 augustus 2016 niet als een besluit in de zin van de Awb kan worden aangemerkt, omdat deze niet op een rechtsgevolg was gericht. Het college had het bezwaar ten onrechte ongegrond verklaard en de rechtbank had het beroep ten onrechte ongegrond verklaard. De Afdeling vernietigde het besluit over het herleven van de bouwtitel en verklaarde het bezwaar tegen de brief niet-ontvankelijk. De afwijzing van de tegemoetkoming in planschade werd bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tot slot werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan de appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het besluit over het herleven van de bouwtitel is vernietigd en het verzoek om tegemoetkoming in planschade is afgewezen.